Over Pieter-Jan

Ik ben een jonge homo en mijn leven draaide nog niet uit hoe ik het wilde. Ik zit gevangen in een negatieve gedachtengang en altijd meer en meer worden mijn dagen donkerder. Dit is mijn rabit-hole, follow me down?

Vrienden

Ik heb problemen met vrienden. Soms heb ik het gevoel dat de rest van de wereld een andere definitie heeft voor vriendschap. Voor mij zijn ‘vrienden’ meer dan de gewone kennissen. Mensen die je ‘regelmatig’ ziet, en waar je altijd mee aan de praat kan blijven. En voor mijn vrienden zou ik alles doen, echt alles. Zolang ze natuurlijk niet al te veel misbruik maken.

Maar ik beschouw veel mensen nogal snel als ‘vriend’, en soms merk ik dat het langs de andere kant zo niet altijd loopt. Ik ben mogelijk ook niet de makkelijkste.

En toen ik eergisteren stelde dat ik de rekening in een restaurant wel gewoon eerlijk door het aantal aanwezigen wilde delen, stootte dat op de verontwaardiging dat een van ons een cocktail had gedronken en een andere een of ander duur gerecht had besteld. Ik heb daar nooit een probleem mee: een voor allen, allen voor een. ‘t Zijn toch vrienden? Door dik en dun, toch? Dan kan je dat toch tolereren.

Maar blijkbaar was dat sociaal niet geheel aanvaardbaar ofzo. En weet je, die sociale conventie is er mss wel als je met ‘vreemde’ mensen op stap gaat, maar onder vrienden valt die mijnszins weg.

Achja, het was ook niet levensbelangrijk, ik ben daar niet moeilijk in. Whatev’s!

Treinfilosofie

Met een middenvinger krabt de jongen ongeïnteresseerd aan zijn oogkas. Zijn halflange haar schud hij kort op zijn plaats. Altijd als mensen zo doen in een conversatie met mij kom ik tot een vroegtijdige conclusie dat ze echt geen bal geven om mij of mijn verhaal. Maar ik geef niet toe. Zolang ze het me niet eerlijk zeggen, jammer ik door.

En zo zit ik dan recht tegenover zo’n puber die waarschijnlijk zijn hoofd al de vrije loop liet over iets onbelangrijks, terwijl ik mijn best doe aan hem uit te leggen waarom ik weet-ik-veel-wat doe of iets over mijn waarden en normen. ‘t Doet er niet zo toe. Ik dus maar vertellen en hij dromen.

“Dromen is een goed ding” zegt hij, zo opeens. Ik zit in het midden van een zin en mijn gedachtetrein ontspoort onmiddellijk. Ik kijk hem half versuft aan, en weet niet goed waar hij heen wil. Er verstrijken vijf minuten stilte. Ik kijk naar hem, hij uit het raam. Ik verbreek de stilte. “Hoe bedoel je?” De jongen zei iets, ik kan alleen maar verder gaan op het vage idee dat hij een mening heeft en hopen dat de rest wel volgen zou.

“Ik bedoel dat, zolang we dromen, en dan bedoel ik niet de slaapdromen maar de levensdromen, we ook proberen dingen te bereiken.” Ik wil echt niet de filosofische tour op. Maar daar zit ik dan met een mond vol tanden en een hoofd vol gedachten.

In mijn hersenen malen zesduizend molens. Ik heb nooit een probleem gehad met mensen die een mening hebben, en wil dan ook altijd die mening bekijken vanuit verschillende hoeken. Er is geen één waarheid. Hij moet dat gezien hebben aan mijn gezicht en ging verder.

“Mensen die dromen van dingen. Die willen dingen. Want een droom is eigenlijk een wens waarvan we verwachten dat ie onhaalbaar is. Zolang we nog dingen willen, zouden we verwachten dat we moeite doen die te doen uitkomen. Daarom is dromen goed. Zorgt voor vooruitgang.”

Zijn woorden sprak hij traag uit, en de hele tijd staarde hij uit het raam. Ik verwerk traag zijn mening, terwijl de trein uitbolt.

“Dit is mijn halte”. Hij staat recht en stapt naar de deur. Daar draait hij zich nog even om. “Goedenavond nog meneer.”

Tom is prachtig, hij moest het eens zelf weten

Tom was een brave jongen, toen amper 14. Zijn dagelijkse leven bestond uit de simpele dingen. School, vrienden, voetbal. Thuis op zijn gemak wat huiswerk, en playstation. Een oude, van zijn broer gekregen. Een computer heeft ie niet. Een gsm ook niet. Boeken. Tom heeft veel boeken. Hij geniet nog van het leven.

Op de bus wachten, doet hij liefst in de regen, met een grote grijns op zijn gezicht. Terwijl elke druppel net niet sist op zijn huid, voelt hij zich gelukkig. En af en toe strijkt hij dan doorheen zijn golvend halflange haren, waarop er kriebels langs zijn rug omhoog schieten, tot diep in zijn hoofd. Tom is gelukkig.

Al zijn vriendjes zeggen wel af en toe iets over dat hij geen gsm heeft, maar Tom geeft er niet om. Waarom zou je ook maar geven om al die druk van anderen? Mag hij toch zijn eigen zelf zijn zeker? Hij lacht het naturel en zelfzeker weg.  Tom heeft geen nood aan die bevestiging.

Hij zegt wat er op zijn hart ligt, zijn hart ligt op zijn tong. Het leven van Tom is zorgeloos, of dat denkt hij toch. Want zijn ouders en leerkrachten denken dat het een fase is. Het zal wel overgaan. En stiekem smeden ze plannen om hem toch de keuzes te laten maken waarvan zij denken dat het de juiste zijn.

“Wil je niet liever latijn gaan studeren? Daar kan je later veel mee hoor. Nee tom, met een kunstrichting kan je toch nergens heen? Als je wil beroemd worden kan je dat toch doen na je diploma? Maar dan heb je ten minste nog dat diploma!”

“Ach tom, ben je zeker dat je niet liever deze mooie blauwe jeans hebt? Die rode broek gaat zo snel vuil zijn. En wat ga je dragen als je naar Oma gaat, dan kan je die broek toch niet aandoen hoor…”

Tom groeide op, terwijl hij geduwt werd om te worden wat zijn ouders er van vonden. Tom is nu ongelukkig. Hij heeft een saaie kantoorjob. Ooit dacht ie dat het wel leuk zou worden, maar nu wil hij weer de simpele dingen. Dansen in de regen. Huilen met de mama. Spelen in de tuin. Lachen.

Tom vroeg gisteren: “is dit nu later? Als ik groot ben?” Tom citeerde een prachtig lied. Ik voel me soms ook Tom. Maar gelukkig durf ik zijn wie ik ben. Want naast alle crap die we meemaken elke dag… durf ik nog lachen. En spelen in de tuin. En huilen met mama. En dansen in de regen.

En dan met mijn rode broek naar Oma. “Oh wat een mooie broek!” Dankje, oma, jouw parels zijn ook weer prachtig. Tom zat er bij, ik leerde hem durven. Want hij is een pracht van een jongen, en dat moet ie durven tonen… daar is helemaal niets mis mee!

Tussen homomoord en moord

In de diepe kern van mijn vrijwillige actievoerder hartje ben ik kwaad. Er is een homo vermoord, ‘de eerste homomoord in belgië’ schreeuwde andere activisten direct, en toch was het weer niet zeker. We wisten het niet. Ik denk dat we het nu nog niet weten.

Ik wilde er eerst niets over schrijven of publiceren. noch blog, noch facebook, noch twitter. Het is al erg genoeg dat er iemand moest sterven, dus ik wilde het laten. Met respect gewoon zwijgen en zien hoe anderen een mening hadden. Dat doe ik wel vaker. Maar nu wil ik toch even antwoorden. Want Harald vroeg waarom we zo focussen op ‘homomoord’, is het niet voldoende te zeggen dat het een moord was? Is ‘moord’ al niet zwaar genoeg?

Dit is voor mij een poging om mijn mening, of flarden van een mening, erover neer te schrijven in de poging te kaderen of te antwoorden op zijn vraag.

Lees verder

Belgian pride

Over twee weken, op 12 mei, lopen er weer allerhande mensen doorheen brussel, onder de noemer ‘Belgian Pride’. Mag ik u uitnodigen om mee te gaan, of wacht even, weet je wel wat het eigenlijk is?

De pride dat is voor verschillende mensen eigenlijk iets totaal anders. Laat je zeker niet enkel leiden door wat ‘de media’ je voorschuift. Voor sommige mensen is het enkel een feestje, voor anderen is het een noodzakelijke tool in een aanhoudend gevecht voor gelijkheid. Voor mij is het beide. Waarom zou ik niet mogen feesten terwijl ik vecht voor rechten?

Moet je ook niet gaan denken dat trouwens alle rechten binnen zijn hoor. Een veelgebruikt argument. “Jullie mogen toch trouwen, mogen toch adopteren?” Alsof gelijke behandeling daar stopt. Loop eens met twee jongens hand in hand op straat? Een simpele kus op een bankje in het park? En dat zijn maar de basics, want ik heb bijvoorbeeld landen waar ik nooit heen zal kunnen reizen. En dat omwille van iets simpel zoals pakweg de kleur van mijn ogen.

Elk jaar komt de pride met een thema naar voor. Na een opmerkelijke golf meldingen van ‘potenrammen’ in centrumsteden, heb ik begrepen dat ze dit jaar nog maar eens willen de klemtoon leggen op die problematiek.

Maar ik zag t al van ver afkomen toen de invulling van de pride weer licht wijzigde en ze dit jaar werken met ‘corners’. Hoekjes of plekjes waar je terecht kan voor informatie over een specifiek onderwerp.

Haast onmiddellijk kwam de klaagrede over hoe ‘de gewone man’ geen corner heeft. Maar de pride is, zoals ze zelf zeggen, ’4 everyone’.

Laat dus al die politieke en geladen zever in het midden, als je niet weet wat het is, want de pride is meer dan al dat. Het is een fundamentele boodschap. Letterlijk. “We’re here, we’re queer, get used to it.”

En net die boodschap, de ‘we zijn wie we zijn, dat is te accepteren’, zet ook heel wat mensen aan eens gek te doen. En dan krijg je mensen met kettingen of pluimen of in drag en wat dan ook. Het is een ontzettend bonte verzameling aan mensen.

En dat is net het hele mooie. Want het toont ook ergens gewoon dat holebi’s komen in duizenden maten, soorten en gewichten. En daarbij is het belangrijk dat ook alle maten, soorten en gewichten vertegenwoordigt zijn.

En waarom moet jij dan komen? Voor het feestje? Voor de boodschap? Of misschien gewoon om te tonen: ik aanvaard dat mensen anders zijn, en dat is mooi? Nah, kom anders even voor mij. Ik breng stiekem wat alcohol mee. ;)

Gewicht verliezen

Mijn weegschaal loog er niet om. Een verlengd weekend, van vijf dagen, en drie kilogram bijgekomen. Bovendien, in vergelijking met januari ook een kilo hoger, daar waar ik zei: “dit jaar ga ik gewicht verliezen”. En zie mij nu. Helemaal puffy en opgezwollen. Dik dik dik.

Deze middag kwam ik, onbewust vrij per ongeluk, een foto tegen van ruweg drie jaar geleden. Toen woog ik 20 kilo meer dan ik nu weeg, en op mijn dikste zat ik net over de honderd. Mijn ‘gewichtsprobleem’ komt dan ook niet van een idee dat ik mager moet zijn, dat me geïnspireerd werd door media en adverteerders. Thans, dat houd ik mezelf voor. Voor mij komt mijn hele obsessie voort uit dat getal, die honderd kilo.

Op de foto zit dan zo een kwab ik, gekneld in een te dun hemd, met kinnen die uit de kraag steken.  Ja, kinnen. Meerdere. In mijn hoofd schreeuw ik dan luid: dat niet meer!

En dan toch, sta ik op de weegschaal, en weeg ik meer. Maar liefst acht kilo meer dan ik wil wegen. Of zelfs achttien kilo meer dan wat de wetenschap zegt dat ik zou moeten wegen.

Maar ik ben niet meer of minder begaan met mijn gewicht als de eerste de beste volgende persoon hoor. Niet dat ik me volsteek met koekjes of chips of zo’n dingen – al moet ik toegeven dat chocolade wel heel moeilijk is om af te blijven – nee, het is de totaliteit. Ik eet ‘s avonds veel en beweeg niet genoeg. En geloof me als ik zeg dat ik perfect weet wat ik moet doen om af te vallen, ik doe het ergens gewoon niet. En daar ben ik niets mee.

Dus ik kijk in de spiegel, nu, en ik zie er dik uit. Mensen op straat zouden me zeggen dat het nog wel ‘sava’ is, maar ik weet beter. Of ‘denk beter te weten’. “Blijf eens van mijn memmen,” zei ik nog onlangs tegen mijn broer. Ik heb memmen. Altijd al gehad. Vroeger toen ik jong was, was ik ook veel dikker, en was dat net een grap die wel eens terugkwam. Zo die vraag wanneer ik eens om een ‘training beha’ zou gaan. Fuckwads.

Met die gedachten sta ik morgen op. Die drie kilo moet er weer af. Dan liever morgen geen eten, denk ik dan, wetende dat het zo niet werkt. En ik weet ook dat ik dan morgen thuiskom en me toch weer volprop. Ik ben een leugenaar, vooral tegen mezelf. Maar hé, die drie kilo moet er weer af…

Simpele dingen

God wat hou ik van simpele dingen. Het leven is al moeilijk genoeg, en de hele wereld in rep en roer, maar de simpele dingen zijn er toch gewoon, altijd simpel.

Ik heb geen probleem met korte regenbuien. Mijn haar nat en alle mensen gehaast. Ik wandel dan rustig door, de wereld weent en ik luister. Dat klinkt wel heel ‘hippie’ zo, maar ik haat stress en in dat simpele ding, kan ik gewoon tot rust komen.

In diezelfde lijn probeer ik niet te lopen om een trein te halen. Want door dat lopen en dat gehaaste voel je je gespannen. En gefrustreerd achteraf. Ik heb ‘s morgens drie treinen met ongeveer een kwartier tussen, een luxe misschien, maar ik hoef me niet te haasten.

En gisteren was het nog simpeler. Vrienden, een goed glas wijn en het vooruitzicht op meer good times.

Soms is het leven simpel. En daar ben ik blij om.

Doodgeboren

Ik had vroeger een paar hele goeie maten. Zo van die ‘vrienden voor het leven’, die je in de loop van tijd door omstandigheden wel verliest. Mark en Cindy leerden elkaar kennen op mijn verjaardagsfeestje. Hun eerste kus, in de cinema, daar was ik ook bij. Ik was zelfs getuige op hun huwelijk.

Wij waren samen, vaak samen. Haast onafscheidelijk. Maar het leven zorgt wel altijd voor kleine verrassingen, en ik moest dankzij mijn werk verhuizen, en we vonden tussen werk en het dagelijkse leven steeds minder tijd voor elkaar. En opeens was ze zwanger. Lees verder

Alle begin is moeilijk

Zes mensen hebben gezegd dat ik eens een boek moet schrijven. Ik sprong recht bij het idee: jaaaah laten we dat doen.

Drie weken later niets, zes weken later nog niets, en nu de bedenking dat ik eigenlijk helemaal niets weet van boeken schrijven.

Faalangst is daar, zijn naam is Bob. Hij weet alles van mij, en hoe ik werk. Bob is een pester. “Nee dat kan je zo niet schrijven”, “ben je zeker dat niemand anders dat al geschreven heeft?” of “wat een flauw afkooksel van een verhaallijn.” Allemaal dingen die Bob al zei.

‘t Is mijn eerste keer, ziet u. Ik moet t nog leren. Omgaan met het idee dat ik een lang verhaal wilde schrijven, maar dat het zolang zal worden dat ik het niet op een bustrip snel kan schrijven.

Maar met veel moed, is het een kleine jongensdroom die ik wil vervullen, een boek. Dus zal het er komen. Nah!

Duimen voor maten

Wat zijn goeie vrienden anders dan vrienden die dat beetje extra voor je doen? Mensen die langer in je leven blijven, waar je een sterkere band mee hebt?

Dat zijn toch dingen die je aanvoelt en waar je dan specifiek op verder bouwt. Je laat zo’n vriendschap toch voelen, door zelf kleine extraatjes te doen, nietwaar?

Kleine dingen he, zoals helpen wanneer je vriend in nood is, of hem enorm veel succes te wensen op de dag dat ie moet solliciteren. Want een goed woord is toch ook een extra motivatie, nietwaar?

Ik realiseerde me gisteren dat mijn blik op vriendschap niet dezelfde is als die van een pak van mijn vrienden, maar mijn beste vrienden, daar voel ik mij enorm mee verbonden. Ik hoop dat zij dat ook voelen.

De rest heeft me een klein beetje bedrogen, zo voelt het toch, en ik trek me dat enorm aan. Terwijl het antwoord op mijn gevoel is: zo zijn mensen nu eenmaal.

Niet iedereen voelt wat ik voel, niet elk gevoel is ook wederzijds. Dat is de deal bij gevoelens. En dan luister ik dus naar de raad van een zeer goeie maat: ik trek het me vandaag alvast niet meer aan. Nah!