Tom was een brave jongen, toen amper 14. Zijn dagelijkse leven bestond uit de simpele dingen. School, vrienden, voetbal. Thuis op zijn gemak wat huiswerk, en playstation. Een oude, van zijn broer gekregen. Een computer heeft ie niet. Een gsm ook niet. Boeken. Tom heeft veel boeken. Hij geniet nog van het leven.
Op de bus wachten, doet hij liefst in de regen, met een grote grijns op zijn gezicht. Terwijl elke druppel net niet sist op zijn huid, voelt hij zich gelukkig. En af en toe strijkt hij dan doorheen zijn golvend halflange haren, waarop er kriebels langs zijn rug omhoog schieten, tot diep in zijn hoofd. Tom is gelukkig.
Al zijn vriendjes zeggen wel af en toe iets over dat hij geen gsm heeft, maar Tom geeft er niet om. Waarom zou je ook maar geven om al die druk van anderen? Mag hij toch zijn eigen zelf zijn zeker? Hij lacht het naturel en zelfzeker weg. Tom heeft geen nood aan die bevestiging.
Hij zegt wat er op zijn hart ligt, zijn hart ligt op zijn tong. Het leven van Tom is zorgeloos, of dat denkt hij toch. Want zijn ouders en leerkrachten denken dat het een fase is. Het zal wel overgaan. En stiekem smeden ze plannen om hem toch de keuzes te laten maken waarvan zij denken dat het de juiste zijn.
“Wil je niet liever latijn gaan studeren? Daar kan je later veel mee hoor. Nee tom, met een kunstrichting kan je toch nergens heen? Als je wil beroemd worden kan je dat toch doen na je diploma? Maar dan heb je ten minste nog dat diploma!”
“Ach tom, ben je zeker dat je niet liever deze mooie blauwe jeans hebt? Die rode broek gaat zo snel vuil zijn. En wat ga je dragen als je naar Oma gaat, dan kan je die broek toch niet aandoen hoor…”
Tom groeide op, terwijl hij geduwt werd om te worden wat zijn ouders er van vonden. Tom is nu ongelukkig. Hij heeft een saaie kantoorjob. Ooit dacht ie dat het wel leuk zou worden, maar nu wil hij weer de simpele dingen. Dansen in de regen. Huilen met de mama. Spelen in de tuin. Lachen.
Tom vroeg gisteren: “is dit nu later? Als ik groot ben?” Tom citeerde een prachtig lied. Ik voel me soms ook Tom. Maar gelukkig durf ik zijn wie ik ben. Want naast alle crap die we meemaken elke dag… durf ik nog lachen. En spelen in de tuin. En huilen met mama. En dansen in de regen.
En dan met mijn rode broek naar Oma. “Oh wat een mooie broek!” Dankje, oma, jouw parels zijn ook weer prachtig. Tom zat er bij, ik leerde hem durven. Want hij is een pracht van een jongen, en dat moet ie durven tonen… daar is helemaal niets mis mee!